De wereld zit vol met indrukwekkende plekken, maar slechts zeven daarvan hebben een plek veroverd op de officiële lijst van de Nieuwe Wereldwonderen. Deze lijst werd samengesteld door miljoenen stemmen vanuit de hele wereld en vormt een mix van geschiedenis, cultuur en pure verwondering.
In dit artikel lees je wat de 7 wereldwonderen zijn én waar je ze kunt vinden.
1. Chichén Itzá – Mexico
Chichén Itzá was eeuwenlang een belangrijk centrum van de Maya’s — een indrukwekkende beschaving bekend om hun steden, piramides en slimme kennis van tijd en sterren. Die geschiedenis voel je vandaag nog steeds op plekken als Chichén Itzá en Tikal. Ga je erheen (bijvoorbeeld met onze wereldwondertour)? Klap even bij de trap: het echo-effect is echt bijzonder.
De piramide van Kukulcán, ook wel El Castillo, is hét icoon van Chichén Itzá. Deze trappiramide is zo gebouwd dat tijdens de equinox de schaduw van een slang over de trappen lijkt te bewegen.
Chichén Itzá ligt in de Mexicaanse deelstaat Yucatán, bekend om Maya-geschiedenis, jungle vibes, knalblauwe cenotes en kleurrijke steden zoals Valladolid en Mérida, een supertoffe regio voor een relaxte en avontuurlijke rondreis.
2. Christus de Verlosser – Brazilië
Hoog boven Rio de Janeiro prijkt Christus de Verlosser: het wereldberoemde 30 meter hoge beeld dat de hele stad lijkt te omarmen. Het staat bovenop de Corcovado-berg en werd in 1931 gebouwd als symbool van vrede en hoop voor heel Brazilië. Het beeld is gemaakt van gewapend beton en miljoenen kleine zeepsteen-tegeltjes — handmatig aangebracht door arbeiders uit heel Rio.
De klim naar boven (of het ritje met het treintje) is al een ervaring op zich, maar het uitzicht vanaf de top is echt next level: je ziet de baai, Copacabana, de stad en zelfs de omliggende bergen.
Tegenwoordig is het niet alleen een religieus icoon, maar vooral een plek waar reizigers van over de hele wereld samenkomen. En dat past perfect bij Rio: samba, streetfood, tropische natuur en een vibe die je nergens anders vindt. En boven dat alles uit staat hij daar, Christus de Verlosser, het ideale startpunt voor iedereen die Brazilië wil ontdekken.
3. Het Colosseum – Italie
Het Colosseum in Rome was het grote prestigeproject van keizer Vespasianus. Hij liet het bouwen op de plek waar ooit Nero’s privépaleis stond, maar zelf heeft hij het resultaat nooit gezien — hij stierf voordat het klaar was. In 80 na Christus opende zijn zoon Titus het amfitheater tijdens een feest dat honderd dagen duurde. Met 80 ingangen en ruimte voor 50.000 tot 80.000 bezoekers was het het grootste stadion dat de oudheid kende.
Onder de arena lag het hypogeum, een netwerk van gangen, kooien en liften waarmee dieren, gladiatoren en decors onverwacht omhoog konden komen. In de beginjaren kon de arena zelfs onder water worden gezet voor kleine “zeeslagen”. Het Colosseum was gemaakt voor spektakel en moest laten zien hoe machtig Rome was.
Door aardbevingen en plunderingen verloor het gebouw stukken van zijn buitenring, maar de enorme structuur staat nog altijd overeind. Midden in de drukte van Rome voel je daar nog steeds hoe dichtbij de geschiedenis komt.
4. Maccu Picchu – Peru
Machu Picchu is misschien wel het meest mystieke wereldwonder van allemaal. Hoog in de Andes, tussen met wolken bedekte bergtoppen, ligt deze oude Inca-stad. Waarschijnlijk gebouwd in de 15e eeuw onder heerser Pachacuti, bleef Machu Picchu eeuwenlang verborgen voor de buitenwereld. Pas in 1911 bracht ontdekkingsreiziger Hiram Bingham het in beeld — en sindsdien is het hét icoon van Peru.
Wat deze plek zo bijzonder maakt, is de slimme manier waarop alles is gebouwd: perfect passende stenen zonder cement, terrassen die tegen steile bergflanken aanliggen en een ingenieus water- en landbouwsysteem dat volledig meebeweegt met de natuur. De weg ernaartoe — via de Inca Trail, de Salkantay-trek of gewoon met bus en trein — is een heel gaaf avontuur. En dan sta je daar opeens, tussen de ruïnes, terwijl de wolken openbreken en het zonlicht over de stad glijdt. Het uitzicht over de Andesvallei is écht tof.
Machu Picchu ligt in het zuiden van Peru, niet ver van Cusco, de voormalige hoofdstad van het Incarijk. Dat stadje is op zichzelf al een highlight: koloniale straten, markten, alpaca’s en een mix van culturen en keukens. Voor veel reizigers vormt Machu Picchu het hoogtepunt van hun Peru-trip, maar juist de combinatie met Cusco en de heilige vallei maakt het compleet. En met een beetje conditie is een hike ernaartoe absoluut de moeite waard.

5. De Chinese Muur – China
De Chinese Muur is geen enkele muur, maar een enorme reeks verdedigingslinies die in totaal meer dan 20.000 kilometer door het landschap slingeren. De eerste stukken werden al in de 7e eeuw v.Chr. gebouwd door kleine koninkrijken die hun eigen gebied wilden beschermen. Pas onder keizer Qin Shi Huang, in de 3e eeuw v.Chr., werden veel van die losse muren met elkaar verbonden tot één grote grenslinie.
De versie die je vandaag het beste herkent, met stenen torens, trapjes en brede paden, is vooral ontstaan tijdens de Ming-dynastie (14e–17e eeuw). Na aanvallen vanuit het noorden besloten de Ming-keizers de muur massaal te versterken. Duizenden arbeiders, soldaten en boeren werkten jarenlang aan deze gigantische taak, vaak in steil en moeilijk terrein.
Wat de muur zo indrukwekkend maakt, is hoe hij zich aanpast aan het landschap: over ruige bergkammen, door valleien en dwars door open vlaktes. Je wandelt letterlijk door de geschiedenis van China, langs plekken waar elke dynastie weer een eigen stempel op heeft achtergelaten.
6. Taj Mahal – India
De Taj Mahal werd in de 17e eeuw gebouwd in opdracht van de Mogolkeizer Shah Jahan, als eerbetoon aan zijn vrouw Mumtaz Mahal, die overleed tijdens de geboorte van hun 14e kind. Het verhaal gaat dat Shah Jahan zo kapot was van haar dood, dat hij een monument wilde creëren dat net zo mooi en puur zou zijn als zij. In 1632 begon de bouw, en meer dan twintig jaar lang werkten duizenden ambachtslieden, steenhouwers en kunstenaars uit heel Azië aan het project.
Wat de Taj Mahal zo bijzonder maakt, is niet alleen de liefde achter het verhaal, maar ook de manier waarop hij is ontworpen. Alles is symmetrisch, elk detail is verfijnd en het witte marmer is ingelegd met halfedelstenen die bloemen en patronen vormen. En dan dat marmer zelf: het verandert van kleur met het licht. In de vroege ochtend is het zachtroze, overdag helder wit en bij zonsondergang krijgt het bijna een gouden gloed. Die subtiele kleurwisselingen geven het gebouw iets levends, alsof het meebeweegt met de dag.
Onder de grote centrale koepel liggen uiteindelijk zowel Mumtaz Mahal als Shah Jahan begraven — iets wat niet de bedoeling was, maar zo liep het nou eenmaal. Agra was in die tijd het hart van het Mogolrijk, en de Taj Mahal moest laten zien hoe machtig en verfijnd dat rijk was.
7. Rotswoningen in Petra – Jordanie
Petra is een eeuwenoude stad die letterlijk in de rotsen is uitgehouwen. Zo’n 2.000 jaar geleden kozen de Nabateeërs deze plek als hoofdstad, midden in een vallei van roodoranje zandsteen. De omgeving zelf is al bijzonder: hoge kliffen, smalle kloven en rotsen die bij elke lichtval van kleur veranderen.
Het bekendste uitzicht is de Treasury (Al-Khazneh). Je bereikt het via de Siq, een smalle kloof van bijna anderhalve kilometer waar de wanden soms tientallen meters omhoog rijzen. Het moment waarop de gevel van de Treasury opeens zichtbaar wordt, blijft magisch — hoe vaak je de foto’s ook hebt gezien. Maar Petra gaat veel verder dan die ene façade: er zijn honderden uitgehakte gebouwen, tombes en trappen die door de valleien en rotsen lopen.
De Nabateeërs waren meesters in watermanagement, waardoor de stad midden in de woestijn kon bloeien. Uiteindelijk raakte Petra verlaten door aardbevingen en veranderende handelsroutes, tot het in de 19e eeuw opnieuw werd “ontdekt”.
Sinds 2007 is Petra officieel een van de Nieuwe Wereldwonderen, en wie er rondloopt begrijpt meteen waarom: de combinatie van landschap, geschiedenis en pure vakmanschap is uniek.


Geef een reactie